Esther Lucas | organisatieadviseur
‘Maatwerk vraagt andere vaardigheden’

Esther Lucas leidt de projectgroep Omgevingswet voor Omgevingsdienst De Vallei (OddV). Loopt alles volgens plan? Wat staat ons komend jaar te wachten? Ziet ze nog beren op de weg? “Als we met z’n allen de schouders eronder zetten, dan gaat het lukken. Daar ben ik van overtuigd.”


Wat doet de projectgroep precies?

“Onze opdracht is dat we vanaf 1 januari 2021 kunnen werken volgens de Omgevingswet. Dat we dan al onze taken - vergunningverlening, toezicht en handhaving - op een goede manier kunnen uitvoeren. Onze mensen moeten de juridische procedures kennen en ze moeten kunnen werken vanuit de bedoeling van de Omgevingswet. Ook moeten we afspraken hebben gemaakt met onze partners - de vijf gemeentes binnen de OddV - over wie wat doet. Bovendien is het onze taak om het Digitaal Stelsel Omgevingswet te implementeren.


Hoe ver zijn jullie? Wat is de stand van zaken?

“We zijn heel erg op de goede weg. We weten waar we heen willen en hoe we daar willen komen. Maar er is nog genoeg te doen. Het afgelopen jaar, of eigenlijk de afgelopen jaren, hebben we vooral gewerkt aan de bewustwordingskant. De bedoeling achter de Omgevingswet is om verder te kijken dan de regels. Dienstverlening wordt belangrijker. Een burger heeft bijvoorbeeld een initiatief dat niet helemaal past. Eigenlijk moet je het idee dan afwijzen. Maar het is wel een gewenst plan. Hoe ga je daar dan mee om?


We hebben gekeken naar wat de wet nu eigenlijk bedoelt en wat je kan doen om zo’n initiatief wél mogelijk te maken. In de tussentijd krijgt landelijk gezien alle regelgeving steeds meer vorm. De wet is bijna klaar. Dat betekent dat we het komend jaar heel erg focussen op wat de wet inhoudt en waar de wijzigingen zitten. Nu is dus de procedurekant aan de beurt. Per gemeente gaan we kijken wat de consequenties zijn, hoe de vergunningen eruit komen te zien.


Wat staat er nu werkelijk in de wet? Dat moeten we echt weten, want wij moeten er op 2 januari 2021 gewoon staan als de eerste vergunning eruit gaat. Tenzij de wet uitgesteld wordt natuurlijk. Dat weet je nooit. Maar daar kunnen we niets aan doen.”


Wat merken we komend jaar van de voorbereiding op de Omgevingswet?

“Heel veel. Mensen gaan op cursus en we passen alle processen aan. Die worden Omgevingswet-proof. We zijn inmiddels een pilot gestart voor een snelserviceformule. Vergunningen die we snel af kunnen handelen, gaan we vooraf digitaal toetsen. Mensen die bijvoorbeeld een dakkapel willen aanvragen, hoeven niet het hele omgevingsloket in te vullen. Na het beantwoorden van enkele eenvoudige vragen, weten ze direct of ze in aanmerking komen voor een vergunning. Wij kunnen vervolgens de vergunning al binnen vijf werkdagen verlenen, terwijl de procedure nu wel acht weken kan duren.


Met die snelservice willen we dienstverlening die eenvoudiger kan ook daadwerkelijk makkelijker maken. Voor dienstverlening die meer maatwerk behoeft, meer overleg vraagt, hebben we zo meer tijd. Hierdoor kunnen we deze complexere aanvragen ook sneller afhandelen.”


Alles lijkt anders te worden op ons werk vanaf 2021?

“Doordat de Omgevingswet veel meer ruimte geeft voor maatwerk, moet je meer nadenken over de regels. Dat is een uitdaging. Wij werken volgens procedures. Het is makkelijk om toezicht te houden en te handhaven als er duidelijke regels zijn. Het is veel ingewikkelder als je meer maatwerk in gesprekken biedt. Dat vraagt andere vaardigheden. Dat is een grote wijziging. Al verdwijnt het toezichtwerk natuurlijk niet. Als mensen zich niet aan regels houden, ook al zijn ze wat ruimer, moet je gewoon handhaven.


Als je altijd al de burger centraal hebt gesteld, dan verandert er misschien niet eens zoveel. De wet is een sluitstuk van een maatschappelijke ontwikkeling. Mensen nemen niet zo maar genoegen met: ‘Sorry, zo is de regel nu eenmaal’. De burger verwacht meer van de overheid.”


Zie je nog beren op de weg?

“Ik zie eigenlijk nooit beren op de weg, ik denk in oplossingen. Wat heel belangrijk is, is dat we de hele groep meekrijgen. Dat het voor iedereen comfortabel wordt. Ik geloof echt dat je werk leuker wordt en uitdagender. En ik heb er begrip voor dat sommigen dat spannend vinden. Ik denk echt dat het een goede ontwikkeling is, ik sta er heel erg achter. Daarom zie ik niet zoveel beren. Het zal allemaal wel loslopen.”