foto: Sake Elzinga

Dijkgraaf Tanja Klip-Martin

over Blauwe Omgevingsvisie 2050

‘We kijken steeds meer met een klimaatbril naar onze kerntaken’

De nieuwe Omgevingswet komt eraan. Aan gemeenten en provincies de taak om een omgevingsvisie te formuleren. Waterschap Vallei en Veluwe ging hun alvast voor. Geheel vrijwillig. “Maar niet vrijblijvend”, benadrukt Tanja Klip-Martin, dijkgraaf van waterschap Vallei en Veluwe.


Waarom heeft het waterschap de Blauwe Omgevingsvisie (BOVI) 2050 gemaakt?

“Waterschappen moeten en willen volledig meedoen aan de nieuwe Omgevingswet. Een van de essenties van die wet is dat overheden onderling heel goed moeten samenwerken met alle mogelijke partners. Een omgevingsvisie bepaalt voor een bepaalde periode hoe je kijkt naar je gebied; naar ruimtelijke ontwikkeling, maar ook naar milieuaspecten. Water speelt daarbij een heel belangrijke rol. Een waterschap dus ook, want wij zijn verantwoordelijk voor het waterbeheer. Water is een ordenend principe. En daarbij is water direct gelieerd aan klimaatverandering. Als je het hebt over adaptatie, dus het aanpassen van ons gebied in Nederland, dan heb je regelrecht met water te maken. Maar ook als het over mitigatie gaat, het verminderen van onze CO2-uitstoot, dan zie je dat waterschappen, met name via hun rioolwaterzuiveringsinstallaties, inmiddels al ongelofelijk veel energie en grondstoffen terugwinnen.”


Waarom 2050?

“Waterschappers zijn langetermijndenkers. Wij denken niet in periodes van vier jaar, zoals sommige bestuurders. Dat kan niet voor zaken die de ruimtelijke inrichting, en zeker ook milieu en water, betreffen. Het duurt namelijk veel langer voordat je effect van je inspanningen ziet.”


Kan je een voorbeeld geven?

“We hebben te maken met een veel abrupter en heftiger weerbeeld. Periodes van droogte die afgewisseld worden met periodes van extreme regenbuien. En die zijn vaak geconcentreerd op één of meerdere plekken. Dat betekent dat je veel meer naar water als één systeem moet kijken. Wij moeten ervoor zorgen dat iedereen droge voeten houdt. Aan de andere kant is het zaak dat we water sparen voor droge periodes, zodat we niet ineens te maken krijgen met een dramatisch daling van het grondwaterpeil. Hoewel het al maanden heel veel regent, zakt het grondwater op de Veluwe nog steeds. Dat is het effect van twee droge zomers.”


Hoe is de BOVI tot stand gekomen?

“Wij zijn in principe verantwoordelijk voor waterveiligheid, denk aan de dijken, en voor voldoende water, niet teveel en niet te weinig. Dat heeft te maken met de faciliterende rol die water heeft bij veel productieprocessen, in de agrarische sector, maar bijvoorbeeld ook bij wasserijen en papierfabrieken. Ook zijn we verantwoordelijk voor schoon water. Dat zijn onze kerntaken. Maar we gaan steeds meer met een hedendaagse bril, een klimaatbril, naar onze kerntaken kijken. Dus ‘veiligheid’, ‘schoon’ en ‘voldoende’ zijn niet meer uitvoerbaar zonder ook te kijken naar energietransitie, klimaatadaptatie en circulaire economie. Tegen die achtergrond hebben wij gezegd: ‘We ontwikkelen een visie voor ons gebied. Een visie die over gemeente- en provinciegrenzen heen gaat’. Meer dan honderd partijen zijn bij de totstandkoming betrokken geweest, onder wie hoogleraren uit heel Nederland. Zij hebben sessies voorgezeten en hun kennis ingebracht.”


Wat willen jullie met deze visie bereiken?

“Wij gaan er vanuit dat er een grens is aan de maakbaarheid van ons land. We zullen als we echt klimaatbestendig willen zijn, meer moeten kijken naar de mogelijkheden die ons natuurlijk landschap biedt. Uiteraard houden we dijken en blijven we zorgen dat steden niet onder water lopen, maar we zullen meer keuzes moeten maken. We hebben te maken met hevige piekbuien en droogte. We moeten water maximaal vasthouden, maximaal schoonmaken en vervolgens weer inzetten voor allerlei functies: voeding voor grondwater, productieprocessen, noem maar op. Daarnaast is de BOVI ons visitekaartje, want met deze visie komen wij aan tafel bij gemeenten en provincies. Op basis van de kennis die we hebben en wat we zien, zijn dit de mogelijkheden, zo zeggen we. Er zitten een paar elementen in waarop we ons echt onderscheiden. Wij zien water als een ordenend systeem. We kijken van bron naar monding en dat gaat per definitie over bestuurlijke grenzen heen. We combineren adaptatie en mitigatie. Je kunt het namelijk niet bij elke regenbui overal kurkdroog houden en ook nog water sparen voor droge periodes. Er zijn gebieden waar je dat anders moet gaan oplossen. Wij zeggen dat je stedelijk en landelijk gebied veel meer aan elkaar moet binden. Wij zien dat gemeenten vaak naar het bebouwde gebied kijken maar vaak levert juist het landelijk gebied een oplossing voor het stedelijk gebied, zoals het vasthouden of het afvoeren van water. Ons laatste punt is: we moeten 3D-denken; oppervlaktewater en grondwater zien als één systeem. Op de Veluwe is de relatie hiertussen van een andere orde van grootte dan in de Randstad.”


Hoe reageren gemeenten op jullie initiatief?

“Onze omgevingsvisie is geen blauwdruk maar een levend document. Daarom hebben wij het over ‘grensontkennend’ samenwerken. Veel gemeenten hebben ingezet op de sociale- en welzijnsdecentralisatie. Hierdoor hebben ze noodgedwongen minder geïnvesteerd in kennis en kunde op het gebied van ruimtelijke ordening, water en ondergrond. Wij hebben die kennis en delen die graag. Dat gebeurt steeds meer. Ik hoorde deze week dat er gemeenten zijn die vragen of ze een gedeelte van de BOVI mogen overnemen in hun eigen omgevingsvisie. Dat is top, zo is het bedoeld.”

“Gemeenten willen BOVI gebruiken
in hun eigen omgevingsvisie. Dat is top, zo is het bedoeld.